Coco Chanel en de afdeling revalidatie

Op mijn afdeling geriatrische revalidatie wordt een nieuwe patiënte opgenomen. In de aanmeldgegevens wordt gesproken over een vitale vrouw van 94 jaar, die haar heup gebroken heeft na een val op straat. Hierna heeft ze een heupprothese gekregen. Een aanmelding zoals we er veel krijgen. Valpartijen met daarna een gebroken ledemaat; op straat of in huis. Het is een veel voorkomende opnamereden op deze afdeling. Blog: Inge Rinzema, verpleegkundig specialist bij ZINN Gezondheidszorg

Bij binnenkomst blijkt al snel dat deze mevrouw geen doorsnee patiënte is. Ze is tenger en klein, ligt tip top gekapt en geschminkt in haar mooiste outfit op de brancard van de ambulancebroeders die haar binnen brengen. Ze draagt een prachtige rode twinset van cashmier, met op het vestje zwarte leren knoopjes. Erbij een klassieke strakke zwarte kokerrok waarin zo te zien weinig bewegingsvrijheid zit. Parelketting, oorbellen; het plaatje klopt helemaal. Op het voeteneinde van de brancard staat prominent in het zicht een paar zwarte pumps met een strikje erop, met hoge hak.

Ik sla haar overgaan van brancard naar bed van een afstandje gade. Dat gaat niet gemakkelijk in de strakke rok. Maar het lukt, het is duidelijk wie de leiding heeft; mevrouw  zelf. Ze dirigeert de grote ambulancebroeders met ferme stem, kijkt er vastberaden bij.

Als ze in bed ligt bestelt ze koffie bij de verzorgende die op haar kamer dienst heeft. Het opnamegesprek dat we graag willen doen moet wachten: eerst koffie.

Genietend van haar kopje koffie beantwoordt ze daarna onze vragen. Dat ze gevallen is onderweg naar de sjieke bakker in het dorp die van die heerlijke petitfourtjes verkoopt. Nee, ze loopt zeker niet met zo'n lelijke rollator. Die zijn allemaal hetzelfde, daar wil ze niet mee gezien worden. Bovendien zijn rollators voor oude mensen. Ze valt eigenlijk nooit, struikelt soms wel eens.

 

We bespreken haar lichamelijke toestand, het huis waarin ze woont, haar dagelijkse bezigheden. Ik leg onze normale procedure uit: ze komt revalideren, gaat oefenen zodat ze weer op haar nieuwe heup kan staan en lopen, zo veilig en stabiel mogelijk. Daarna gauw terug naar haar eigen huis. Daar is ze het volmondig mee eens.

 

Ze vertelt over haar vroegere baan (betrekking noemt ze het) bij een vooraanstaand notaris kantoor, waar ze als directiesecretaresse naar eigen zeggen het kantoor draaiende hield. Ik geloof haar meteen. Zie het voor me hoe deze kleine, elegante dame de geleerde heren notaris precies had waar ze ze wilde hebben; in een tijd waarin dit voor een vrouw bijzonder was. Deze gave blijkt ze op haar hoge leeftijd nog steeds te hebben. Tijdens haar opname sommeert ze iedereen uit ons multidisciplinaire team  met grote regelmaat in de richting die ze zelf het beste vindt.

Als ik haar lichamelijk onderzoek vallen mij haar vergroeide voeten op. Ze staan in een gruwelijke stand, het midden houdend tussen spitsvoeten en lotusvoeten; alsof ze altijd op haar tenen heeft gelopen. Ik spreek deze gedachte hardop uit: waarop ik een bevestigend antwoord krijg: "klopt!" Ze draagt namelijk haar hele leven al hoge hakken. Terwijl ze dat zegt kijkt ze met glimmende ogen naar mijn schoenen: mooie bordeaux rode suède pumps met een hak van 8 cm. "Zoiets als u nu draagt, mooi!" verzucht ze.

We vinden elkaar direct in onze voorliefde voor mooie, vrouwelijke schoenen met hoge hakken. We zijn het roerend met elkaar eens dat het niet altijd praktisch is, soms zelfs pijnlijk; maar  misschien wel een eerste levensbehoefte.

Haar grote voorbeeld is Coco Chanel, die ze bewondert om haar stijl, charme en positie. "Een vrouw die haar tijd ver vooruit was" zegt ze. Weer zijn we het roerend met elkaar eens.

"Nu u hier bent, zijn platte schoenen misschien wel handig" opper ik voorzichtig. Hoewel ik in gedachten meteen betwijfel of ze met haar vergroeide voeten in platte schoenen kan. Ze schrikt zichtbaar.

"Platte schoenen? Die heb ik niet en ga ik ook niet kopen. Er bestaan geen mooie platte schoenen. Ik draag alleen mooie schoenen.”

Ik voel meteen dat er geen millimeter ruimte in haar mening zit. "Hoe hoog zijn uw laagste hakken?", vraag ik. "Zo'n 5 cm" is het antwoord; ze kijkt er misprijzend bij. Op die schoenen heeft ze al jaren niet gelopen. "Wilt u aan uw familie vragen om deze te brengen?" vraag ik. Het gaat gepaard met een blik van afkeuring en een diepe zucht, maar dat wil ze regelen.

"En gemakkelijke kleding?", vraag ik voorzichtig. Ze is prachtig gekleed, maar zo in de oefenzaal bij de fysiotherapie? Het antwoord wist ik eigenlijk al: ze heeft geen gemakkelijke kleding en ook dat gaat ze niet aanschaffen.

Zo komt het dat we 8 weken lang een volledig gekapte en geschminkte dame in sjieke mantelpakjes, jurken èn met oprecht prachtige lakpumps met een “lage” hak op de afdeling hadden. Het was een groot contrast met de andere patiënten, de meeste in joggingbroeken en op sportschoenen. Zo lag ze overdag op bed, oefende ze in de therapiezaal, zat ze aan de eettafel. Zo liep ze tevens over de afdeling, achter de rollator die ze zo verafschuwde. Lopen kon je het trouwens niet noemen: ze schreed over de afdeling.

Na 8 weken ontsloegen we haar: terug naar huis. Ze verliet de afdeling lopend achter een rollator, op de zwarte pumps met hoge hak die op de brancard stonden toen ze binnengebracht werd.

Coco Chanel zei het al: "Keep your heels, head and standards high." Coco zou trots zijn geweest op haar.

Blog: Inge Rinzema, verpleegkundig specialist bij ZINN Gezondheidszorg